Door in een land te werken, kun je de cultuur van het land diep leren kennen. Het is het idee achter OCEP, maar gaat ook voor mij in Singapore op. Hoewel ik al een half jaar uitwisselingsstudent ben geweest, merk ik dat ik nog steeds veel leer over dit stadsstaatje, waarvan de mensen (net als Nederlanders) maar al te graag zeggen dat ze eigenlijk geen specifieke cultuur hebben. Ik heb een paar dingen op een rijtje gezet.
Eten
Voedsel is heilig in Singapore. Grote en kleine gebeurtenissen hebben alle met eten te doen. Als er een presentatie is, moet er toch tenminste een simpel buffet zijn naderhand, anders komt er niemand opdagen. De lunchpauze duurt een uur, je eigen pakketje boterhammen wegwerken is uiteraard uit den boze. Waar gewerkt wordt zijn steevast vele stalletjes te vinden waar voor 3-5 dollar (<2.5 euro) uit allerlei Aziatische warme gerechten kan worden gekozen.
Voedsel komt ook met locatie: het is niet ongebruikelijk dat Singaporeanen naar de andere kant van het eiland afreizen, omdat daar de Laksa het beste is. Begin over de satés bij West Coast Park en er is geen stoppen aan – het half uur daarna zul je doodgegooid worden met ervaringen en tips met rijst met kip van Toa Payoh en stingray van Geylang. Verder blijken lange rijen voor een etensstalletje aantrekkingskracht te hebben, in de trant van “daar staat een lange rij, dus dat zal wel de beste plek zijn”.
Op het werk hebben we tussen de bureaus in een “voedseldepot” – en iedereen die op reis gaat neemt een lokale specialiteit mee. Afgelopen januari kwam ik dus met stroopwafels aan, die overigens binnen een dag op waren.
Nummers
Singapore is wat sommige dingen betreft Chineser dan China. Veel mensen doen wekelijks mee in de loterij, en geloven heilig in hun vermogen om de juiste nummers te kiezen. Die nummers komen ‘naar je toe’, het kunnen telefoonnummers zijn van vrienden, of een serienummer van een nieuwe aankoop. Ik las een verhaal in de krant van een zoon wiens vader op zijn sterfbed een nummer noemde. De zoon aarzelde niet en zette er 5000 dollar op in – en won overigens een grote smak geld.
Het ongeluksnummer is ‘4’, wat in de uitspraak heel dicht bij ‘dood’ ligt. Inmiddels heb ik ook geleerd dat het huisnummer van ons appartement, uitgesproken in dialect, klinkt als ‘niet leven, dood, dood’ – kan dus niet slechter! Voor de taalkundige wonders onder jullie, het eindigt dus op 4-4. Geen wonder dat er ook voor ons geen Chinezen in het appartement woonden, maar een Birmees gezin en eigendom is van Maleisische Singaporeanen.
Winkelen
Dit niet al te grote eiland barst van de winkelcentra en er worden er nog steeds bijgebouwd. De ideale vrijetijdsbesteding is om met het hele gezin of met vrienden en vriendinnen naar zo’n centrum te gaan, te kijken, te kopen, er ’s avonds te eten en dan naar de bioscoop te gaan. Het handige is dat die centra geheel airconditioned zijn zodat je niet eens hoeft te weten dat het buiten zo warm is. Verder zijn veel winkelcentra ondergronds met elkaar en met de metro verbonden. Dat is vooral handig omdat het hier enorm kan gieten, en op deze manier kun je gemakkelijk droog blijven tussen de buien door. Nadeel, voor een dorpsjongen als ik dan, is dat je je voortdurend beweegt tussen de betegelde ruimtes met airconditioning, wat nogal erg kunstmatig is.
Het eiland mag dan vele winkelcentra hebben, als Singaporeanen op reis gaan, doen ze dat over het algemeen om te winkelen. Hong Kong en Bangkok zijn populaire vakantiebestemmingen om dit te doen. Ik heb wel eens laten vallen dat ik graag in keer terugga naar Ghana in Afrika, en de reactie was: (let wel, het was een man! ) "Kun je daar goed winkelen dan?"
Overwerk
Mijn bedrijf is een gunstige uitzondering, maar over vaak betekent een baan met officiële werktijden van negen tot half zes dat je na zeven uur naar huis kunt. Hoewel ontkend door sommige bazen, heerst onder veel Singaporeanen het idee dat je niet eerder naar huis kunt dan je baas. Die laatste twee uur hebben niets te maken met hoe druk het is, het zijn niet alleen de resultaten die tellen maar ook de zichtbaarheid dat je lange uren maakt. Voor Singaporeanen is het dan ook lastig te geloven dat ik normaal gesproken om zes uur echt niet meer op kantoor te vinden ben.
Eten
Voedsel is heilig in Singapore. Grote en kleine gebeurtenissen hebben alle met eten te doen. Als er een presentatie is, moet er toch tenminste een simpel buffet zijn naderhand, anders komt er niemand opdagen. De lunchpauze duurt een uur, je eigen pakketje boterhammen wegwerken is uiteraard uit den boze. Waar gewerkt wordt zijn steevast vele stalletjes te vinden waar voor 3-5 dollar (<2.5 euro) uit allerlei Aziatische warme gerechten kan worden gekozen.
Voedsel komt ook met locatie: het is niet ongebruikelijk dat Singaporeanen naar de andere kant van het eiland afreizen, omdat daar de Laksa het beste is. Begin over de satés bij West Coast Park en er is geen stoppen aan – het half uur daarna zul je doodgegooid worden met ervaringen en tips met rijst met kip van Toa Payoh en stingray van Geylang. Verder blijken lange rijen voor een etensstalletje aantrekkingskracht te hebben, in de trant van “daar staat een lange rij, dus dat zal wel de beste plek zijn”.
Op het werk hebben we tussen de bureaus in een “voedseldepot” – en iedereen die op reis gaat neemt een lokale specialiteit mee. Afgelopen januari kwam ik dus met stroopwafels aan, die overigens binnen een dag op waren.
Nummers
Singapore is wat sommige dingen betreft Chineser dan China. Veel mensen doen wekelijks mee in de loterij, en geloven heilig in hun vermogen om de juiste nummers te kiezen. Die nummers komen ‘naar je toe’, het kunnen telefoonnummers zijn van vrienden, of een serienummer van een nieuwe aankoop. Ik las een verhaal in de krant van een zoon wiens vader op zijn sterfbed een nummer noemde. De zoon aarzelde niet en zette er 5000 dollar op in – en won overigens een grote smak geld.
Het ongeluksnummer is ‘4’, wat in de uitspraak heel dicht bij ‘dood’ ligt. Inmiddels heb ik ook geleerd dat het huisnummer van ons appartement, uitgesproken in dialect, klinkt als ‘niet leven, dood, dood’ – kan dus niet slechter! Voor de taalkundige wonders onder jullie, het eindigt dus op 4-4. Geen wonder dat er ook voor ons geen Chinezen in het appartement woonden, maar een Birmees gezin en eigendom is van Maleisische Singaporeanen.
Winkelen
Dit niet al te grote eiland barst van de winkelcentra en er worden er nog steeds bijgebouwd. De ideale vrijetijdsbesteding is om met het hele gezin of met vrienden en vriendinnen naar zo’n centrum te gaan, te kijken, te kopen, er ’s avonds te eten en dan naar de bioscoop te gaan. Het handige is dat die centra geheel airconditioned zijn zodat je niet eens hoeft te weten dat het buiten zo warm is. Verder zijn veel winkelcentra ondergronds met elkaar en met de metro verbonden. Dat is vooral handig omdat het hier enorm kan gieten, en op deze manier kun je gemakkelijk droog blijven tussen de buien door. Nadeel, voor een dorpsjongen als ik dan, is dat je je voortdurend beweegt tussen de betegelde ruimtes met airconditioning, wat nogal erg kunstmatig is.
Het eiland mag dan vele winkelcentra hebben, als Singaporeanen op reis gaan, doen ze dat over het algemeen om te winkelen. Hong Kong en Bangkok zijn populaire vakantiebestemmingen om dit te doen. Ik heb wel eens laten vallen dat ik graag in keer terugga naar Ghana in Afrika, en de reactie was: (let wel, het was een man! ) "Kun je daar goed winkelen dan?"
Overwerk
Mijn bedrijf is een gunstige uitzondering, maar over vaak betekent een baan met officiële werktijden van negen tot half zes dat je na zeven uur naar huis kunt. Hoewel ontkend door sommige bazen, heerst onder veel Singaporeanen het idee dat je niet eerder naar huis kunt dan je baas. Die laatste twee uur hebben niets te maken met hoe druk het is, het zijn niet alleen de resultaten die tellen maar ook de zichtbaarheid dat je lange uren maakt. Voor Singaporeanen is het dan ook lastig te geloven dat ik normaal gesproken om zes uur echt niet meer op kantoor te vinden ben.